Sterrenstrijd

Het leven van een ster, in de palm van je hand.

Speel met sterren, planeten en zwarte gaten, in een paar klikken

Start de simulators
1018×Sneller dan een echte ster
3Categorieën
2Interactieve simulators
2Talen

Intro

Jouw universum, in jouw handen

Dit is de plek waar jij het universum in je eigen handen krijgt. Hier draait alles om sterren, planeten en zwarte gaten, maar dan op een manier waarop je zelf kunt ontdekken, uitproberen én spelen. In deze interactive simulator stap je in de rol van een astronoom en ontdek je wat er gebeurt wanneer sterren ontstaan, evolueren en elkaar beïnvloeden. Sterrenstrijd laat je experimenteren met processen die in het echte universum miljoenen jaren duren. Door zelf te spelen met de eigenschappen van sterren ontdek je hoe complex en fascinerend sterren en dubbelsterren kunnen zijn.

Start de Sterrenstrijd en duik het universum in!

Een greep uit je universum, en dan het leven van sterren en hun planeten, in 47 seconden.

Ontdek

Waar je mee kunt spelen

Drie categorieën om te ontdekken: enkele sterren, dubbelsterren en de planeten die er omheen draaien.

Enkele sterren

Een ster die er alleen voor staat, zoals onze zon. Haar massa bepaalt grotendeels hoe lang ze leeft, hoe groot ze opzwelt en hoe ze eindigt: als witte dwerg, neutronenster of zwart gat.

Bouw je eigen ster en zie hoe ze opzwelt, massa verliest en verandert. Test ‘wat als?’-scenario’s: wat als de ster twee keer zo zwaar was?

Dubbelsterren

Twee sterren die om elkaar heen draaien. Hun afstand en de excentriciteit van de baan (hoe rond of uitgerekt die is) bepalen hoe ze elkaar beïnvloeden, van massa uitwisselen tot elkaar raken.

Laat twee sterren om elkaar heen draaien en verander hun afstand en baan. Zie wat er gebeurt als ze te dicht bij elkaar komen: kan de ene ster de andere raken?

Planeten rond sterren

Planeten zoals de aarde die om een ster draaien. Ze maken zelf geen licht, maar weerkaatsen het licht van hun ster. Als die ster opzwelt tot een reus, kan ze haar planeten opslokken.

Ontdek of, en wanneer, een ster een planeet kan opeten, en wat er onderweg allemaal mis kan gaan. Simuleer dit met de dubbelstersimulator.

Wat is een ster?

Een ster is een gigantische bol van heet gas, vooral waterstof en helium, die schijnt doordat er in de kern kernfusie plaatsvindt. De zwaartekracht trekt al dat gas naar binnen, terwijl de hitte en druk van de kernfusie naar buiten duwen. Zolang die twee elkaar in evenwicht houden, blijft de ster stabiel. Onze zon is een ster, net als de duizenden lichtpuntjes die je ’s nachts aan de hemel ziet. Sterren komen voor in allerlei groottes en kleuren: van kleine, koele rode sterren tot enorme, hete blauwe.

Sterevolutie

Sterren leven niet eeuwig. Een ster wordt geboren in een wolk van gas en stof die onder zijn eigen zwaartekracht in elkaar stort. Het grootste deel van zijn leven smelt hij waterstof samen tot helium in de kern. Als de waterstof op raakt, verandert de ster: hij zwelt op tot een reus, verliest een deel van zijn buitenlagen en eindigt uiteindelijk zijn leven. Hoe dat gebeurt, hangt vooral af van zijn massa. Een ster als de zon koelt af tot een witte dwerg, terwijl een veel zwaardere ster explodeert als supernova en een neutronenster of zwart gat achterlaat. Zware sterren leven snel en sterven jong, na enkele miljoenen jaren; lichte sterren worden vele miljarden jaren oud.

Lees meer over: sterren en sterevolutie.
Of kijk video 1, 2, 3 en 4.

Wat is een dubbelster?

Een dubbelster bestaat uit twee sterren die door hun zwaartekracht aan elkaar gebonden zijn. Geen van beide staat stil: ze draaien allebei om een gemeenschappelijk zwaartepunt – een soort denkbeeldig punt ergens tussen hen in, waar het systeem in balans is. Je kunt het je voorstellen als twee schaatsers die elkaar met gestrekte armen vasthouden en samen ronddraaien op het ijs. Ze draaien niet om één van de twee, maar om het punt ergens tussen hen in.

De baan en de excentriciteit

De weg die een ster aflegt terwijl hij rond dat gemeenschappelijke punt draait, noemen we de baan (of orbit). Die baan kun je zien als een soort spoor dat je zou krijgen als je met een lichtje rondjes in het donker draait en daar een lange sluitertijd-foto van maakt. De baan kan bijna rond zijn, of meer langgerekt – een ovaal (in de natuurkunde: een ellips). Excentriciteit (eccentricity) vertelt ons hoe rond of hoe ‘langgerekt’ de baan is. Bij hoge excentriciteit komt de ster in een deel van de baan heel dicht bij de ander, en is hij in een ander deel juist veel verder weg.

Massaoverdracht

In een dubbelstersysteem kunnen de twee sterren materiaal uitwisselen. Als één ster opzwelt en haar buitenlagen te dicht bij de ander komen, kan de zwaartekracht gas van de ene ster naar de andere trekken. Deze massaoverdracht is stabiel als dit rustig en geleidelijk gaat: de gevende ster verliest massa, de begeleider (companion) komt juist wat aan, en de gezamenlijke baan wordt meestal groter (de sterren komen iets verder uit elkaar). De overdracht is onstabiel als massaverlies de gevende ster juist verder laat opzwellen, waardoor er een soort kettingreactie ontstaat en er heel snel veel gas wordt overgedragen. Dan krimpt de baan meestal sterk, beide sterren komen in één gezamenlijke gaslaag te zitten: dit heet common envelope evolution (gemeenschappelijke envelopfase) en kan leiden tot heftige uitbarstingen of zelfs tot het samensmelten van de sterren.

Wat is een planeet?

Een planeet is een hemellichaam dat om een ster draait, maar zelf geen licht maakt. Het grote verschil met een ster zit in de massa. Een ster is zo zwaar dat de druk en de temperatuur in haar kern hoog genoeg worden voor kernfusie: waterstof smelt daar samen tot helium, en de energie die daarbij vrijkomt laat de ster stralen. Een planeet is daarvoor veel te licht. We zien planeten alleen doordat ze het licht van hun ster weerkaatsen.

Zelfs Jupiter, de grootste planeet van ons zonnestelsel, is ongeveer duizend keer lichter dan de zon. Pas vanaf zo’n 80 keer de massa van Jupiter (ongeveer 0,08 zonsmassa) kan een bol gas zelf waterstof gaan fuseren en een ster worden. Daartussen zitten de bruine dwergen: te zwaar voor een planeet, te licht voor een echte ster.

Wat is een exoplaneet?

Een exoplaneet is een planeet die niet om de zon draait, maar om een andere ster. De eerste exoplaneet rond een ster zoals de zon werd in 1995 ontdekt; Michel Mayor en Didier Queloz kregen daar in 2019 de Nobelprijs voor. Inmiddels kennen we er duizenden, en waarschijnlijk hebben de meeste sterren in de Melkweg planeten. Veel van die planeten lijken niet op die in ons zonnestelsel: er zijn gasreuzen die in een paar dagen om hun ster heen draaien, en planeten die om een dubbelster draaien en dus twee zonnen aan de hemel hebben.

In de dubbelstersimulator kies je bij Begeleider voor Planeet. Dan zie je wat er met een planeet gebeurt als haar ster ouder wordt, opzwelt en massa verliest.

Lees meer over: planeten en exoplaneten.

Simulators

Kies je simulator

Volg één ster met de stersimulator. Of volg een dubbelster van twee sterren, of een ster met een planeet, met de dubbelstersimulator.

Stersimulator

Bouw je eigen ster en zie hoe ze opzwelt, massa verliest en eindigt als witte dwerg, neutronenster of zwart gat.

  • Kies de eigenschappen van je ster
  • Bekijk de resultaten in een grafiek en tabel
  • Download de data als CSV
Open de stersimulator

Dubbelstersimulator

Laat twee sterren, of een ster en een planeet, om elkaar heen draaien en kijk hoe hun kosmische dans verandert.

  • Verander de afstand en de excentriciteit van de baan
  • Zie wat er gebeurt als sterren te dicht bij elkaar komen. Kunnen ze voorkomen dat ze samensmelten?
  • Kies een planeet als begeleider, van 0,05 aardmassa tot 100 Jupitermassa's. Wat gebeurt er met de planeet als de ster evolueert?
  • Download de data als CSV
Open de dubbelstersimulator

Projecten

Ideeën voor eigen onderzoek

Voor school, projecten en profielwerkstukken. Kies een onderzoeksvraag en ga er zelf mee aan de slag in de simulators.

Over sterren

Hoe evolueren sterren en wat bepaalt hun massaverlies en einde?

7 onderzoeksvragen

Over dubbelsterren

Wat gebeurt er als sterren samen leven, botsen of samensmelten?

9 onderzoeksvragen

Over exoplaneten

Wat gebeurt er met planeten als hun ster verandert?

4 onderzoeksvragen

Over sterren

Welke ster evolueert het snelst?

Onderzoeksvraag: Hoe beïnvloedt de massa van een ster de snelheid van zijn evolutie?

Werkwijze: Maak sterren met verschillende beginmassa’s en laat ze evolueren. Noteer hoe snel ze door de evolutiestadia gaan. Welke ster verandert het snelst?

Verdieping: Verdiep je in de theorie achter levensduur en lichtkracht van sterren. Onderzoek hoe massa de evolutiesnelheid beïnvloedt en of dit overeenkomt met je simulatie.

Reuzen en dwergsterren

Onderzoeksvraag: In welke fase bereikt een ster zijn grootste straal, en hoe hangt dit af van de massa?

Werkwijze: Maak sterren met verschillende massa’s. Volg de straal tijdens de evolutie en noteer de maximale grootte en bij welke fase dit gebeurt.

Verdieping: Verdiep je in de rol van energietransport en druk in sterren. Onderzoek waarom sommige sterren groter worden dan andere.

Bouw je eigen Hertzsprung-Russell-diagram

Onderzoeksvraag: Het Hertzsprung-Russell-diagram is een van de handigste grafieken in de sterrenkunde. Je kunt het heel makkelijk maken: je zet de lichtkracht van sterren uit tegen hun kleur (of de oppervlaktetemperatuur, de effectieve temperatuur, die de kleur bepaalt). En het laat prachtig zien hoe sterren evolueren. Hoe bewegen sterren van verschillende massa’s door het Hertzsprung-Russell-diagram tijdens hun leven?

Werkwijze: Volg voor meerdere sterren de temperatuur en lichtkracht en plot hun evolutiespoor. Vergelijk lichte, middelzware en zware sterren.

Verdieping: Onderzoek waarom sterren in verschillende gebieden van het diagram terechtkomen en hoe astronomen hieruit massa en leeftijd afleiden.

Welke sterren verliezen de meeste materie door sterrewinden?

Onderzoeksvraag: Hoe hangt de eindmassa van een ster af van de beginmassa en massaverlies via sterrewinden?

Werkwijze: Maak sterren met verschillende beginmassa’s en laat ze evolueren. Noteer het verschil tussen begin- en eindmassa.

Verdieping: Onderzoek hoe massa en evolutiefase het massaverlies bepalen.

Extra verdieping: Denk na over hoe metalliciteit dit beïnvloedt, en wat er met het afgestoten gas gebeurt. Een deel van dit materiaal wordt later weer onderdeel van gaswolken waaruit nieuwe sterren ontstaan. Zo maakt massaverlies via sterrewinden deel uit van de “levenscyclus” van materie in het heelal.

Welke sterren eindigen als neutronenster, en welke als zwart gat?

Onderzoeksvraag: Waar ligt de grens tussen sterren die eindigen als neutronenster en sterren die eindigen als zwart gat?

Werkwijze: Simuleer sterren met oplopende beginmassa en verschillende metalliciteiten. Noteer het eindproduct en zoek waar de overgang plaatsvindt.

Verdieping: Bespreek waarom die grens niet alleen van beginmassa afhangt, maar ook van massaverlies en de opbouw van de kern.

Sterren in het vroege universum

Onderzoeksvraag: In het vroege heelal waren er nog nauwelijks metalen en hadden sterren lage metalliciteiten (Z~0,0001 in plaats van Z=0,02 in onze huidige Melkweg). Hoe beïnvloedt lage metalliciteit de straal, lichtkracht, kernmassa en eindmassa van een ster?

Werkwijze: Maak sterren met dezelfde massa maar verschillende metalliciteit. Vergelijk hun evolutie en eindmassa.

Verdieping: Onderzoek hoe metalen de opaciteit en energietransport beïnvloeden en welke effecten dit heeft op de structuur en evolutie van sterren.

Sterren in de Melkweg, Grote Magelhaense Wolk en Kleine Magelhaense Wolk

Onderzoeksvraag: Hoe beïnvloedt het verschil in metalliciteit tussen de Melkweg (Z = 0,02), de Grote Magelhaense Wolk (Z = 0,01) en de Kleine Magelhaense Wolk (Z = 0,005) de evolutie en het massaverlies van sterren?

Werkwijze: Maak sterren met dezelfde beginmassa, maar met metalliciteiten die horen bij de Melkweg, de Grote Magelhaense Wolk en de Kleine Magelhaense Wolk. Vergelijk hun evolutie, straal, lichtkracht, massaverlies door sterrewinden en eindmassa.

Hint: Kijk vooral naar massieve sterren, waarbij sterrewinden sterk afhangen van de metalliciteit.

Verdieping: Verdiep je in waarom sterrewinden bij hoge metalliciteit sterker zijn (rol van metalen in opaciteit en lijn-gedreven winden). Onderzoek welke gevolgen dit heeft voor de eindproducten (witte dwergen, neutronensterren, zwarte gaten) in verschillende sterrenstelsels en koppel je bevindingen aan waarnemingen van sterren in de Magelhaense Wolken.

Over dubbelsterren

Hoe verandert evolutie in een dubbelstersysteem?

Onderzoeksvraag: Hoe beïnvloedt massaoverdracht de evolutie van een ster in een dubbelster?

Werkwijze: Vergelijk een ster in isolatie met dezelfde ster in een dubbelster. Noteer verschillen in evolutiesnelheid en eindmassa.

Verdieping: Onderzoek hoe het vullen van de Roche-lob en massaoverdracht de levensduur en lichtkracht beïnvloeden.

Hoe beïnvloedt afstand een dubbelstersysteem?

Onderzoeksvraag: Wat gebeurt er met de banen en interacties van twee sterren als ze dichter bij elkaar staan?

Werkwijze: Maak dubbelstersystemen met dezelfde massa’s maar verschillende afstanden. Observeer hoe banen en interacties veranderen. Wanneer treedt massaoverdracht op?

Verdieping: Onderzoek de rol van interacties en de Roche-lob en hoe deze bepaalt wanneer massaverlies begint.

Wanneer wordt de zwaardere ster de lichtere?

Onderzoeksvraag: Kan in een dubbelster de oorspronkelijk zwaarste ster uiteindelijk juist de lichtste worden?

Werkwijze: Maak dubbelstersystemen met verschillende massa’s en afstanden. Volg hoe massaoverdracht de massa-verhouding verandert.

Verdieping: Onderzoek het idee van massaratio reversal: hoe een ster die eerst zwaarder was later juist lichter kan worden.

Welke dubbelsterren smelten samen?

Onderzoeksvraag: In het heelal leiden samensmeltingen tot heldere uitbarstingen die we in grote getalen waarnemen. Welke dubbelstersystemen zijn vatbaar voor samensmelting?

Werkwijze: Maak dubbelstersystemen met verschillende massa’s en afstanden. Observeer welke systemen samensmelten en in welke fase van hun evolutie.

Verdieping: Onderzoek de rol van massaoverdracht, Roche-lobe en interacties bij samensmelting.

Bouw je zwaarste zwarte gat

Onderzoeksvraag: Hoe hangen de massa van een ster en haar metalliciteit samen met de massa van het zwarte gat dat uiteindelijk overblijft? Tip: kijk vooral naar het effect van metalliciteit op massaverlies door sterrewinden.

Werkwijze: Maak massieve sterren met verschillende beginmassa’s en verschillende metalliciteiten (bijvoorbeeld die van de Melkweg, Grote Magelhaense Wolk en Kleine Magelhaense Wolk). Laat ze evolueren, noteer de eindmassa en kijk welke sterren eindigen als zwarte gaten en hoe massief die zijn.

Verdieping: Onderzoek waarom sterren met lage metalliciteit minder massa verliezen door sterrewinden en daardoor massievere zwarte gaten kunnen vormen. Leg een verband met waarnemingen van zware zwarte gaten in andere sterrenstelsels en met gravitatiegolven.

Extra verdieping: Breid je onderzoek uit naar dubbelsterren. Hoe verandert de uiteindelijke massa van zwarte gaten als sterren deel uitmaken van een dubbelstersysteem? Onderzoek in welke gevallen interacties (zoals massatransfer of gemeenschappelijke enveloppen) leiden tot massievere zwarte gaten, en wanneer juist lichtere zwarte gaten ontstaan.

Bouw je lichtste witte dwerg

Onderzoeksvraag: Wat is de laagste massa van een witte dwerg die je kunt maken uit een enkele ster, en kun je nog lichtere witte dwergen maken in dubbelsterren door met de baan te spelen?

Werkwijze: Maak eerst enkele sterren met verschillende beginmassa’s en laat ze evolueren tot witte dwergen. Noteer de laagste witte-dwergmassa die je zo kunt bereiken. Onderzoek daarna dubbelsterren: varieer de baaneigenschappen (zoals de baanscheiding) en kijk of je daardoor sterren eerder hun buitenlagen kunt laten verliezen, zodat er lichtere witte dwergen ontstaan.

Verdieping: Kijk naar de chemische samenstelling van de witte dwergen die je maakt (bijvoorbeeld helium-, koolstof-zuurstof- of zuurstof-neon-magnesium-witte dwergen). Onderzoek bij welke beginmassa’s, metalliciteiten en in welke (dubbelster)situaties deze verschillende typen ontstaan, en leg uit waarom de samenstelling samenhangt met de evolutiegeschiedenis van de ster.

Kun je een supernova Type Ia maken?

Onderzoeksvraag: Supernovae Type Ia zijn extreem heldere uitbarstingen waarmee we afstanden en de uitdijing van het heelal kunnen meten. Hoe kan een witte dwerg zo zwaar worden dat hij zijn maximale massa overschrijdt (1.44 Zonsmassa) en explodeert?

Werkwijze: Maak een dubbelster met een witte dwerg en onderzoek twee scenario’s: massaoverdracht van een begeleidende ster of samensmelting met een andere witte dwerg. Noteer bij welke combinaties de witte dwerg zijn kritische massa bereikt.

Verdieping: Verdiep je in de Chandrasekhar-massa en waarom deze limiet bepaalt wanneer een witte dwerg explodeert tot een Type Ia supernova.

Kun je een bron van gravitatiegolven maken?

Onderzoeksvraag: Sinds 2015 kunnen we gravitatiegolven detecteren. Welke dubbelstersystemen van compacte objecten kunnen zulke signalen geven?

Werkwijze: Maak dubbelstersystemen van witte dwergen, neutronensterren of zwarte gaten en laat ze evolueren. Noteer welke systemen dicht genoeg en korte genoeg banen hebben om gravitatiegolven uit te zenden.

Hint: Voor de LVK-detector zijn baanperiodes vaak uren tot minuten, voor de LISA-detector dagen tot maanden.

Verdieping: Onderzoek hoe massa, afstand en baangrootte de sterkte van het signaal beïnvloedt.

Hoe oud is een sterrencluster?

Onderzoeksvraag: Een sterrencluster is een groep sterren die samen zijn ontstaan en ongeveer dezelfde leeftijd hebben. Hoe kun je de leeftijd van zo’n cluster inschatten met een simulatie?

Werkwijze: Maak meerdere sterren van verschillende massa’s die samen een cluster vormen. Laat ze evolueren en noteer in welke evolutiefase de meest massieve sterren zich bevinden. Gebruik dit om een schatting te maken van de leeftijd van het cluster.

Verdieping: Verdiep je in de rol van de turn-off point in het Hertzsprung-Russell-diagram en hoe dit wordt gebruikt om de leeftijd van echte sterrenclusters te bepalen.

Over exoplaneten

Wat gebeurt er met de aarde als de zon evolueert?

Onderzoeksvraag: Hoe verandert de baan van de aarde en andere planeten als de zon ouder wordt en een rode reus wordt?

Werkwijze: Simuleer een voor een de zon met planeten van het zonnestelsel. Laat de zon evolueren en observeer hoe de banen van de planeten veranderen. Noteer welke planeten dichterbij komen, verder weg gaan of gevaar lopen om opgeslokt te worden.

Verdieping: Verdiep je in de fase van de rode reus en hoe massaverlies van de zon de banen beïnvloedt. Welke fysische processen bepalen het lot van de planeten?

Kun je een planeet “opeten”?

Onderzoeksvraag: Onder welke omstandigheden kan een ster een nabije planeet opslokken?

Werkwijze: Maak een systeem met een ster en een planeet dichtbij. Varieer de afstand en massa van de planeet. Observeer hoe de baan verandert en wanneer de planeet dicht genoeg komt om door de ster te worden opgeslokt.

Verdieping: Onderzoek de rol van getijdenkrachten, Roche-lob en stralingsdruk. Waarom is het voor kleinere planeten moeilijker om dicht bij een ster te overleven dan voor grotere planeten?

Hoe beïnvloeden planeten de evolutie van een ster?

Onderzoeksvraag: Kunnen zware planeten of gasreuzen hun ster beïnvloeden?

Werkwijze: Voeg een zware planeet of meerdere planeten toe rond een ster in de simulatie. Observeer hoe de banen van de planeten veranderen en of dit effect heeft op de buitenlagen van de ster.

Verdieping: Verdiep je in hoe massa en nabijheid van planeten invloed kunnen hebben op sterwinden of kleine variaties in lichtkracht.

Supernova-impact op nabije planeten

Onderzoeksvraag: Wat gebeurt er met planeten als hun ster explodeert als supernova?

Werkwijze: Plaats planeten op verschillende afstanden van een ster die een supernova ondergaat. Observeer welke planeten overleven, welke banen veranderen of opgeslokt worden.

Verdieping: Relateer dit aan echte waarnemingen van nabije supernova’s en onderzoek de mogelijke effecten op levensvatbare zones en het ontstaan van zware elementen.

Code en team

De code en het team achter Sterrenstrijd

De computercode achter de simulators

De naam: seba

Seba is Oudegyptisch voor ‘ster’. Het betekende ook ‘leraar’: iemand die je de weg wijst.

De code

SeBa voorspelt hoe sterren en dubbelsterren leven en veranderen, van geboorte tot eindstadium.

SeBa op GitHub

Voor de fanaten: de volledige versie, met meer instelmogelijkheden dan de online simulators.

Naar GitHub

Het team

Silvia Toonen
Silvia ToonenUniversitair hoofddocentUniversiteit van Amsterdam
Simon Portegies Zwart
Simon Portegies ZwartHoogleraarUniversiteit Leiden
Photo
Full NameRoleInstitution
Photo
Full NameRoleInstitution

Verbonden aan

De naam: seba

Lang geleden, aan de oevers van de Nijl, zat een jonge leerling naast zijn leermeester in de schaduw van een tempelmuur. Boven hen kleurde de avondlucht langzaam donker, en één voor één verschenen de eerste sterren.

‘Meester,’ vroeg de jongen, ‘hoe noemen de goden die lichtjes aan de hemel?’ De leermeester glimlachte. ‘Dat, mijn jongen, zijn seba – sterren.’

Seba als ster

In het Oudegyptisch betekende ‘seba’ niet zomaar een helder puntje aan de hemel. Het was een heilig teken. In de hiërogliefen werd seba vaak weergegeven als een vijfpuntige ster, een klein maar krachtig symbool. Voor de Egyptenaren waren sterren geen dode lichten, maar zielen, goden en gidsen in de nacht.

Binnen in de tempel, op de plafonds van graven en heiligdommen, waren die sterren overal terug te vinden. Blauwe hemels met gouden stippen: een eeuwige nacht waarin de zielen van de overledenen als sterren verder leefden. Seba stond zo niet alleen voor de fysieke ster, maar voor kosmische orde, tijd en de reis van de ziel.

Seba als leraar

Maar seba had nog een andere, verrassende betekenis.

Wie je de weg wijst in het leven, is ook een seba. Uit hetzelfde woordveld komt ‘sebayt’ – wijsheidstekst, onderricht. Een leraar was iemand die je door het leven leidde, zoals sterren de reizigers door de woestijn leidden. De lijn tussen ster en leermeester was dun: allebei wijzen ze je de weg, allebei helpen ze je je plaats te vinden in de grote orde van de wereld.

Zo werd seba in het oude Egypte meer dan een woord. Het was een ster aan de hemel, een ziel in het hiernamaals, een symbool van orde en tijd, en een gids of leraar die je pad verlicht.

De code: SeBa

SeBa is een computerprogramma dat simuleert hoe sterren leven en veranderen in de loop van de tijd. Omdat we een ster niet miljarden jaren kunnen observeren, gebruiken we natuurkunde om te voorspellen hoe sterren evolueren van hun geboorte tot hun eindstadium. In een ster werkt de zwaartekracht naar binnen, terwijl druk van heet gas en energie uit kernreacties naar buiten duwen. Tegelijkertijd stroomt de energie die in de kern wordt geproduceerd naar het oppervlak en straalt de ster licht uit. SeBa gebruikt gedetailleerde modellen van deze processen om sterren in verschillende fasen van hun leven te beschrijven.

De simulators op deze site gebruiken een professioneel sterrenkundig computerprogramma genaamd SeBa – dezelfde tool die onderzoekers gebruiken – maar jij stuurt alles aan met een paar schuifjes en klikken.

Hoe rekent SeBa?

In plaats van al deze complexe berekeningen telkens opnieuw uit te voeren, maakt SeBa gebruik van een grote verzameling vooraf berekende stermodellen. Je kunt dit zien als een bibliotheek met “momentopnames” van sterren met verschillende massa’s en leeftijden. Deze modellen bevatten belangrijke natuurkundige processen zoals kernfusie (waarbij lichte elementen worden omgezet in zwaardere), massaverlies door sterrenwinden, en spectaculaire gebeurtenissen zoals supernova-explosies. Daarnaast houdt SeBa rekening met interacties tussen sterren, vooral in dubbelsterren, zoals massa-overdracht, het ontstaan van compacte objecten (witte dwergen, neutronensterren en zwarte gaten), en processen zoals botsingen en getijdeneffecten. Door tussen deze modellen te interpoleren kan SeBa snel en efficiënt de evolutie van grote aantallen sterren volgen.

Deze online versie

Dit is een online versie, waarmee je SeBa via de browser kunt uitvoeren; deze heeft minder instelmogelijkheden dan de losse versie (voor de fanaten), maar vormt een goed startpunt om meer te leren over de evolutie van (dubbel)sterren.

SeBa in het onderzoek

Dankzij deze snelheid en flexibiliteit wordt SeBa veel gebruikt in astrofysisch onderzoek. Het programma is onder andere toegepast om de oorsprong van type Ia supernovae te bestuderen, de vorming van bronnen van zwaartekrachtsgolven (zoals samensmeltende zwarte gaten en neutronensterren), en het gedrag van sterren in dichte sterhopen waar botsingen kunnen plaatsvinden. Ook wordt SeBa gebruikt voor onderzoek naar röntgendubbelsterren, de evolutie van sterclusters en mogelijke bronnen van snelle radioflitsen. De werking van het computerprogramma is beschreven in twee belangrijke artikelen: Portegies Zwart & Verbunt (1996) en Toonen, Nelemans & Portegies Zwart (2012).

Contact

Vragen of feedback?

Stuur een bericht naar toonen at uva.nl over de website of de data.